120 JAAR BEERSCHOT, 13 MOMENTEN - DEEL 11

 

#11: VAN 0-3 NAAR 4-3, DIE SENSATIONELE OMMEKEER TEGEN STANDARD. MET “ENFANT TERRIBLE” DIRK GOOSSENS IN DE HOOFDROL

 

Van zaterdag 25 mei tot donderdag  6 juni stellen we op onze website en facebookpagina dagelijks één even memorabel als onvergetelijk moment uit de o zo rijke 120-jarige Beerschot-geschiedenis voor. Dertien (!) van die momenten hebben we voor u geselecteerd. En aan het einde van die reis door de Kielse historie mag u daar het absolute hoogtepunt uitpikken…

Vandaag deel 11

 

Vier goals in het slotkwartier

De geschiedenis van Beerschot staat bol van onvergetelijke wedstrijden, absolute wereldgoals en andere historische topmomenten. De competitiewedstrijd Beerschot-Standard van woensdagavond 13 november 1985 zal daar voor eeuwig en altijd een prominente plaats opeisen. Het was de match waarin onze Mannekes in de laatste vijftien minuten vier keer scoorden en op die manier een 0-3-achterstand alsnog in een 4-3-overwinning wisten om te buigen. De absolute hoofdrol hierin was weggelegd voor Dirk Goossens. Met twee opportunistische doelpunten en een feestje aan de omheining samen met de zware jongens van “Vak 13” trok hij een avondje “Carnaval op ’t Kiel” op gang.

Beerschot was in 1985 aan een meer dan degelijk seizoen bezig, en stond in de rangschikking netjes vierde achter leider Club Brugge, AA Gent en Anderlecht toen Standard naar het Olympisch Stadion afzakte. Op de linkerflank excelleerden Patrick Vervoort en Wim Hofkens, in de centrale as toonde de Braziliaanse balgoochelaar Claudio zijn kunstjes en vooraan was het de onvoorspelbare Dirk Goossens die de amusements- en spektakelwaarde opkrikte. Trainer Aad Koudijzer koos voor de partij tegen Standard in de spits voor de net aangeworven Fin Jari Rantanen. Beerschot verscheen gemotiveerd en met revanchegevoelens aan de aftrap, want drie dagen eerder werd met 5-1 verloren in Waregem. Na een draak van een wedstrijd.

Veel beterschap leek dat aanvankelijk niet op te leveren, want Standard liep op kousenvoeten uit tot 0-3 met twee goals van Czerniatinsky en één van Repcic. Een tweede rammeling in vier dagen tijd leek in de maak. Tot Beerschot ontplofte en in amper dertien (!) minuten tijd de wedstrijd helemaal op z’n kop zette. Minuut 77: Claudio schildert een vrije trap op het hoofd van Rantanen, die keihard en onhoudbaar binnenkopt: 3-1. Minuut 82: Beerschot drukt Standard nu helemaal terug in het strafschopgebied en Dirk Goosens pakt uit met een schitterende halve retro: 3-2. Minuut 87: Penalty-overtreding op Dirk Goossens en Guido Swinnen trapt vanop elf meter binnen: 3-3. En dan de absolute apotheose in minuut 89: Dirk Goossens die met een atoomschot in het dak van het doel het Kiel in lichterlaaie zet. Wat een sensationele ommekeer. Dirk Goossens spurtte na de 4-3 richting “Vak 13”, klom op de ballustrade, ging aan de omheining hangen en vierde daar samen met de trouwe aanhang zijn ‘moment de gloire’.

Het Beerschot-elftal dat het sportieve mirakel verwezenlijkte: Tony Daenen, Patrick Houben, Mark Talbut, Peter Eikelboom, Hennie Michielsen, Jari Rantanen, Claudio de Oliveira, Wim Hofkens, Patrick Vervoort, Guido Swinnen en Dirk Goossens.

Dirk Goossens, de naam is gevallen. Eigenlijk was hij in de wieg gelegd om de logische opvolger van Rik Coppens te worden: klein van postuur, technisch onderlegd, flamboyant, superindividualistisch ingesteld, overtuigd van zijn kwaliteiten én ‘een groot bakkes’. Na de verplichte degradatie in 1981 rolde hij het daaropvolgende seizoen in tweede klasse niet onopgemerkt in het eerste elftal, waar hij meer en meer in zijn rol van aanvaller en smaakmaker-entertainer groeide.  Hij had lak aan tactische richtlijnen, deed op het veld eigenlijk alleen waar hij zin in had, wisselde mooie doelpunten af met de gekste fratsen en genoot voluit van zijn status als publiekslieveling van den Beerschot. In augustus 1982 werd hij in de media al opgevoerd tot de “nieuwe wondervoetballer van het Kiel”.

Toch liep zijn veelbelovende carrière niet zoals iedereen had gehoopt. Zot van glorie werd hij door die superlatieven in de kranten en de adoratie van de supporters. Sportief sloeg hij stappen over. Zo ging hij reeds op amper 21-jarige leeftijd in op een aanbod van Anderlecht. In het Astridpark vond hij echter nooit echt zijn draai, kreeg hij slechts met mondjesmaat speelkansen… dus twaalf maanden later vertrok hij vanuit Brussel richting Lierse, waar het ook al niet wou lukken.

Het daaropvolgende seizoen 1985-1986 werd hij door Beerschot weer in de armen gesloten. De verloren zoon was teruggekeerd in het Olympisch Stadion. Weer voor drie seizoenen – veruit de beste uit zijn loopbaan. Bij zijn allereerste wedstrijd na zijn rentree scoorde hij direct twee keer tegen Seraing, en samen met de linkse flank Vervoort-Hofkens parkeerde hij Beerschot op een zevende plaats in de eindrangschikking. Met elf doelpunten werd hij clubtopscorer.

Hij wervelde weer zoals voorheen maar een nationale selectie dwong hij niet af. Alleen Patrick Vervoort kreeg als Beerschotter een uitnodiging voor het WK van 1986 in Mexico, en legde daar de basis van zijn internationale doorbraak. Bij Goossens ‘knakte’ er iets. Hij voelde zich onbegrepen en miskend. Tijdens de jaargangen’ 86-‘87 en ‘87-‘88 scoorde hij nog wel respectievelijk 10 en 11 goals voor Beerschot, maar zijn prestatiecurve bleef veel te grillig. Balanceren op een slappe koord was het: de ene week matchwinnaar, de volgende zaterdag onzichtbaar of gewoon niet in het elftal opgenomen omdat hij enkele trainingen had ‘gebrost’. Het hoorde allemaal bij het karakter van deze zo begenadigde voetballer.

Eén echt hoogtepunt kende hij nog in 1988, ter gelegenheid van de verplaatsing naar Anderlecht. Voorzitter Rik Moereels en trainer Jos Smolders veegden in de aanloop naar die wedstrijd nog maar eens de spons over een paar van Dirks fratsen, en hij mocht starten. Anderlecht scoorde de 1-0 langs Georges Grün, maar daarna haalde Goossens zijn gram. Eerst ging hij in een duel met Adrie van Tiggelen zo spectaculair tegen de grond dat de Anderlecht-verdediger werd uitgesloten, vervolgens trapte hij met ‘een streep’ de gelijkmaker binnen… en tenslotte legde hij de bal voor de winning-goal perfect op de schoen van Willy Wellens. In euforie sprintte Dirk richting dug-out, waar hij zijn gram haalde door te roepen “Ziede’t  nà da’k het nog altijd kan?”. Typisch ‘de Goossens’.

Een nieuw contract op het Kiel wist hij niet meer te versieren, en opnieuw was Dirk Goossens dus ribbedebie. Richting Bosuil, waar hij weinig succesvol was. Daarna kende hij een kleine opflakkering met een uitleenbeurt naar het Nederlandse RKC Waalwijk, om uiteindelijk bij Cappellen en SK Wilrijk helemaal in de anonimiteit te verdwijnen. Jammer want er zat zo veel meer in…

 

 

Tekst: Danny Geerts

Foto: Archief